De veren gaan op en neer,de schouders die bepalen,het weer.
Het opstaan en de warmte ondergaan,angst zaaien,met het water uit de kraan.
Het peilen,op zoek naar de lijnen,die in de lucht,nadien verdwijnen.
De balpen als een tang gebruiken,de snelheid van de bal ombuigen.
Als een blad van een boom veranderen,met het bladeren in mappen,vergaderen.
.Op het net,met vangarmen,het jagen,verkrijgen geen antwoorden,maar vragen.
Het hoofd van anderen met gevoelens bespelen,nadien in de doofpot en de fakkel doorgeven.
In naam van de zon,het tandwiel vertalen,de richtingen met de wind,uitleggen in graden.
Met het spinnen en weven een baan,met de zonnestralen in de schaduw,een naam.
Het bloeien van een bloem vernoemen,besparen met brandhaarden en bermbranden,op het snoeien.
Het uitdunnen van een koord,verwijderen de draden en worden beloond.
De harpoen,in de punt met weerhaken,zoeken de poen,als de piraten.
Er moedeloos en er vermoeid door worden,met het wachten en luisteren,geen normen.