Met de pet gooien.
Het staren naar het midden van de kandelaar,in kaarslicht de schaduw,een wandelaar.
De bestaande gaten verspanen en er nieuwe boren,besparen.
De broekzakken voelen de handen,de knopen in zakdoeken met randen.
De spanningen met het stemmen,de geluiden in rug afremmen.
De luchtruimte met radiogolven aanvullen,de raadsels met storingen onthullen.
Met handen en voeten gebonden,de vingertoppen digitaal verbonden.
Isoleren van daken,de dakpannen met haken,het omkeren in ruit verklaren,in manden de uitgaven.
Tonen het tandwiel aan de buitenkant,keren de tanden om,naar binnen een ander band.
DE JOKER: Bewegen de ogen met vragen,voor-en tegen ,met de neus het raden.
De anderen laten opdraaien,nadien in mond verdraaien.